Visie op groennota

VISIE ST BOMENRIDDERS OP ‘GROENKAART LEEUWARDEN’, november 2008.

De Stichting Bomenridders Leeuwarden volgt inmiddels bijna twee jaar de concrete ontwikkelingen rond het openbaar groen in Leeuwarden intensief. Een globale conclusie uit die activiteit is, dat de praktijk van het groenbeheer ondergeschikt is aan andere doelstellingen en dat de balans van de ontwikkelingen eerder negatief is, dan dat men zou kunnen spreken van intensivering.

Het bestaande groenbeleidsplan biedt in principe voldoende aanknopingspunten om van Leeuwarden een groene stad te maken. Echter, in de praktijk blijkt dat van uitvoering van dit beleidsplan nauwelijks sprake is.

 De intenties die nu in de groenkaart worden uitgesproken zijn lovenswaardig. Wij hebben echter onze twijfels bij de uitvoerbaarheid, want in dit stuk wordt nergens over financiering gerept. De enige  zinsnede over financiën (op pagina 39) is: “de structurele verhoging voor het  programma woon en leefomgeving stimuleert de realisatie van het uitvoeringsprogramma.”Dat kan dus over van alles gaan, waarbij groen slechts een onderdeel is.

Er kan geen sprake zijn van intensivering of uitvoering van groenbeleid, zolang daarvoor niet een solide financiële basis wordt gelegd. Al jaren is bij de opzet van het groenbeheer kostenbesparing een van de belangrijkste uitgangspunten geweest. Het meer arbeidsintensieve groen is vervangen door groen dat onderhoudsarm is, of helemaal verwijderd.

Bovendien zal, om het groene uitgangspunt te concretiseren, de invloed op beleidsniveau, van geschoolde groenmensen groter moeten worden. Zo zou bijvoorbeeld gerealiseerd kunnen worden dat  bestaand groen voortaan in nieuwbouwplannen wordt ingepast. En dat er bij het realiseren van nieuwbouw dus vooraf of tegelijk duurzaam groen wordt aangelegd. Ook op het gebied van onderhoud (zie 4.2) is er wel de wens om op “goed en passend niveau te onderhouden”, maar in de huidige praktijk wordt dit dikwijls gedaan door ongeschoolde krachten, die het verschil tussen opschot en struik niet kennen (feit!).

Hoofdstuk 4 belooft een visie. Toch vinden we niet terug waar de gemeente Leeuwarden naartoe wil.

Onder het kopje afwegingskader bijvoorbeeld, staat dat “bij functieverandering en planontwikkeling inzichtelijk gemaakt wordt, welke rol het groen speelt en op welke wijze het groen in de plannen een plaats heeft gekregen”. Er is dus geen sprake van een duidelijke visie, die stelt dat handhaving en inpassing van groen in nieuwbouwplannen voorop staat. Nee, er wordt (4.1.2) berekend wat het groen in geld uitgedrukt waard is, en dan moet er worden gecompenseerd.

Met compensatie hebben we ook ervaring opgedaan, en we kunnen melden dat herplant van nieuwe bomen, zèlfs als deze door een derde partij betaald wordt, in onze bomenridder-carrière, nog niet tot enig resultaat heeft geleid. (feit) 

Onder het kopje 4.2.4  staat, dat de groenstructuur op stedelijk niveau, boven het belang gaat van de direct “aanwonenden”. Dit bevestigt  het feit (zie pagina 9, waarin in de derde alinea geciteerd wordt uit een landelijk rapport) dat “de functies van groen –en het daarmee samenhangende maatschappelijk rendement- onvoldoende onderkend worden.”Dergelijk groen ervaar je constant om je heen, groen op afstand compenseert dat niet.

Hoe zit het dan toch met de gemeentelijke visie?  Wij vinden dat het belang van het groen op wijkniveau hier schromelijk onderschat wordt. Dit groen is voor de leefbaarheid van de woonwijken eigenlijk het belangrijkste, en om een gezonde toekomst van dat groen te garanderen ligt toch uiteindelijk ook het primaat bij de gemeente. Dat bewoners mee mogen denken en deels beslissen is uiteraard prima, maar de wijkpanels hebben niet de middelen of kennis om voor een gezonde ontwikkeling van het wijkgroen te zorgen. De hoofdverantwoordelijke hiervoor is, (en dat moet zo blijven) de gemeente, die immers voor belangen van de burgers werkt.

Overigens zij er nog wel een aantal kanttekeningen te zetten bij deze groenkaart.

Bijvoorbeeld onder het kopje Aandachtsgebieden (pagina 33), wordt aangegeven dat alle initiatieven hetzelfde doel hebben; namelijk de “groenstructuur in en rond Leeuwarden wordt verbeterd en versterkt”. In het geval van de Kenniscampus betekent dat , dat het bestaande, waardevolle groen verwijderd wordt, om plaats te maken voor parkeergelegenheid, waarna nieuw groen aangeplant zal worden. Het groen wordt dus weer ondergeschikt gemaakt aan de plannen, in plaats van dat de plannen in het bestaande groen ingepast worden.

Zo zijn er nog veel meer kanttekeningen, waarover we u desgewenst graag informeren.

 Ondanks onze scepsis willen we niet onvermeld laten, dat we verheugd zijn dat het belang van groen in de stad in ieder geval onderkend lijkt te worden.

We kijken uit naar het uitvoeringsprogramma, waarbij we hopen dat onze “initiëringen als (potentiële) partners”(pag. 39) ingelast worden.

 Wij vragen de politieke partijen om te zorgen dat er geld komt voor de uitvoering van de positieve plannen voor ons groen in de stad. 

Namens Stichting Bomenridders Leeuwarden,

Gonneke van Hoesen Korndorffer

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>